Het Rassemblement National haalt opnieuw de gerechtelijke koppen. Afgelopen dinsdag 30 juni heeft het Europees Openbaar Ministerie de uitvoering van huiszoekingen in Frankrijk en verschillende andere landen van de Unie bevestigd, in het kader van een onderzoek naar mogelijke verduistering van Europese fondsen. Het betreft de activiteiten van de fractie Identiteit en Democratie (ID), waar het RN tussen 2019 en 2024 deel van uitmaakte, voordat deze alliantie in het Europees Parlement werd ontbonden.

Een onderzoek geopend sinds 2025

Deze onafhankelijke instelling, opgericht in 2021 om fraude met communautaire subsidies op te sporen, is niet aan haar proefstuk toe in dit dossier: zij had de opening van dit onderzoek reeds in juli 2025 aangekondigd. De verdenkingen betreffen onregelmatig gebruik van de middelen bestemd voor de financiering van Europese parlementaire activiteiten, een mechanisme dat in het verleden reeds meerdere gerechtelijke tegenslagen heeft veroorzaakt voor partijen van alle gezindten, van het historische Front National tot Modem.

Een timing die niemand is ontgaan

De aankondiging komt een week voor een bijzonder nauwlettend in de gaten gehouden deadline: op 7 juli zal een rechterlijke uitspraak worden gedaan over de eventuele onverkiesbaarheid van Marine Le Pen, in het verlengde van de zaak van de Europese parlementaire assistenten die de voorzitter van de RN-fractie in de Assemblee al een veroordeling in eerste aanleg heeft opgeleverd. Hierbij komt nog een afzonderlijke klacht gericht op Jordan Bardella, de huidige partijvoorzitter en nu ook leider van de Patriotten voor Europa-fractie in het Europees Parlement.

Aanhoudende vervolging of legitiem onderzoek?

Voor de extreemrechtse partij voedt de opeenstapeling van deze procedures een goed geoefend discours: dat van een gerechtelijke vervolging die is georkestreerd om hen van de macht te houden in aanloop naar belangrijke verkiezingen. Aanhangers van de partij hekelen een instrumentalisering van justitie, terwijl tegenstanders er juist het bewijs in zien dat de financieringspraktijken van het RN op Europees niveau een grondig onderzoek vereisen, zoals ook al het geval was bij de fictieve banen van parlementaire assistenten.

Een procedure in een vroeg stadium

Juridisch gezien bevindt het onderzoek van het Europees Openbaar Ministerie zich nog in een vroeg stadium: de huiszoekingen maken het mogelijk om documenten en getuigenissen te verzamelen, zonder vooruit te lopen op eventuele individuele aanklachten of de gerechtelijke gevolgen die daaruit kunnen voortvloeien. Het RN heeft van zijn kant nog niet publiekelijk gereageerd op deze nieuwe procedure, waarschijnlijk om zijn aandacht te richten op de deadline van 7 juli, die een veel doorslaggevendere test belooft te worden voor zijn directe toekomst.

De kwetsbaarheid van de financiering van Europese fracties

Deze reeks gebeurtenissen illustreert de aanhoudende kwetsbaarheid van de financiering van politieke fracties in het Europees Parlement, een systeem gebaseerd op vertrouwen en controles achteraf, dat regelmatig wordt ondermijnd door soortgelijke zaken die andere politieke families over het continent treffen. Het Europees Openbaar Ministerie, waarvan de bevoegdheden sinds de oprichting geleidelijk zijn versterkt, lijkt vastbesloten om van dit dossier een krachtig signaal te maken aan alle parlementaire fracties in Europa.

De mening van de redactie

Een intense gerechtelijke actualiteit, die past in een reeds elektrische politieke context voor het RN in aanloop naar de uitspraak van 7 juli. Het werkelijke belang van de komende dagen ligt niet zozeer in deze huiszoekingen – waarvan de juridische gevolgen maanden zullen duren – als wel in de beslissing over onverkiesbaarheid, die onmiddellijk het nationale politieke speelveld kan hertekenen.