Europa is de op twee na grootste economische macht ter wereld, de grootste interne markt op de planeet, de bakermat van de wetenschappelijke revolutie — en toch bezit het in 2026 geen van de tien grootste halfgeleiderfabrikanten, geen van de vijf grootste kunstmatige intelligentiebedrijven, geen van de drie belangrijkste cloudproviders. Deze vaststelling, die al tien jaar wordt herhaald, heeft alleen geleid tot ambitieuze investeringsplannen in hun persberichten en bescheiden in hun uitvoering.
De European Chips Act, in 2023 aangenomen met een budget van 43 miljard euro, zou Europa moeten herpositioneren in de race om halfgeleiders. Twee jaar later is het Europese aandeel in de wereldwijde chipsproductie gestegen van 9% naar… 8,5%. De Intel-fabriek in Maagdenburg, een cruciaal onderdeel van het plan, zag haar planning met twee jaar uitgesteld. TSMC aarzelt nog steeds om zich in Dresden te vestigen onder de voorgestelde voorwaarden. Ondertussen hebben de Verenigde Staten 280 miljard dollar geïnvesteerd via de CHIPS and Science Act, en investeert China meer dan 150 miljard in zijn nationale ecosysteem.
Op het gebied van kunstmatige intelligentie is de kloof nog opvallender. De fundamentele modellen — GPT-5, Gemini 2.5, Claude 4 — zijn allemaal Amerikaans. Mistral AI, de Franse kampioen, oogt als een David tegenover Goliaths wiens onderzoeksbudgetten het BBP van sommige lidstaten overtreffen. De Europese AI Act, die in 2025 van kracht is geworden, heeft weliswaar een baanbrekend regulerend kader gecreëerd, maar het heeft ook een concurrentieasymmetrie veroorzaakt: Europese bedrijven worden geconfronteerd met beperkingen die hun Amerikaanse en Chinese concurrenten negeren.
De soevereine Europese cloud blijft een fata morgana. Gaia-X, het Frans-Duitse consortium dat in 2020 groots werd gelanceerd, heeft geen operationele infrastructuur voortgebracht die kan concurreren met AWS, Azure of Google Cloud. De gegevens van Europese bedrijven en burgers blijven gehost, verwerkt en te gelde gemaakt door actoren die onder de Amerikaanse Cloud Act en het extraterritoriale recht van Washington vallen.
Europa heeft de talenten, de universiteiten, het kapitaal en de waarden om een geloofwaardige technologische soevereiniteit op te bouwen. Wat het mist, is de politieke wil om zijn ambities om te zetten in daden — om te kiezen voor massale investeringen in plaats van defensieve regulering, industriële integratie in plaats van nationale fragmentatie, uitvoeringssnelheid in plaats van institutioneel perfectionisme. De tijd van witboeken is voorbij. Europa moet handelen — of definitief zijn status als consument van elders uitgevonden technologieën accepteren.





